|
Er wordt beweerd door verschillende onderzoekers dat wanneer vrouwen prenataal, dat wil zeggen in de baarmoeder van hun moeder, blootgesteld worden aan het hormoon testosteron minder kans hebben op het ontwikkelen van een eetstoornis. Nieuwe onderzoeken, zoals deze, laten vaker zien dat biologische factoren een rol spelen bij het ontwikkelen van een eetstoornis. Vroeger werden sociale invloeden vooral aangewezen als oorzaak.
De resultaten van een eerder onderzoek toonden volgens de onderzoekers aan dat vrouwelijke hormonen een rol spelen in de ontwikkeling van een eetstoornis. Er wordt op dit moment nog onderzoek gedaan onder 538 tweelingen. Nu blijkt dat vrouwelijke tweelingen minder kans hebben op een eetstoornis wanneer ze de baarmoeder delen met een man en zal de oorzaak waarschijnlijk liggen bij het mannelijke hormoon testosteron. Als een meisje de baarmoeder deelt met een jongen wordt ze meer blootgesteld aan het hormoon testosteron, dan wanneer de tweeling bestaat uit twee meisjes. Testosteron is een hormoon wat in de baarmoeder ervoor zorgt dat een mannelijk embryo mannelijke geslachtsorganen ontwikkeld. Tijdens de puberteit zorgt een variant van dit hormoon bij mannen voor de secundaire geslachtskenmerken en de aanmaak van sperma. Het hormoon ook bij vrouwen voor, maar in een veel lagere concentratie. Dr. Kelly Klump en collega's geven aan dat het blootstelling aan testosteron waarschijnlijk een beschermende werking heeft, waardoor je minder kans hebt op het ontwikkelen van een eetstoornis. Vooral vrouwen blijken gevoelig te zijn voor het ontwikkelen van eetstoornissen. Er werd gedacht dat sociale invloeden, zoals het slankheidsideaal, dit verschil veroorzaakten. Nu moet er beter gekeken worden naar wat de biologische invloeden zijn. Tijdens het onderzoek wordt niet alleen gekeken bij hoeveel mensen de diagnose 'eetstoornis' kan worden gesteld, maar ook hoevaak de symptomen voorkomen. Dan kun je denken aan ontevredenheid over het eigen lichaam, het hebben van eetbuien en het vertonen van compensatiegedrag om gewichtstoename te voorkomen. Vooral deze symptomen zijn sekse afhankelijk, zegt Dr. Klump, want ze komen veel vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Vrouwen die tijdens hun verblijf in de baarmoeder blootgesteld zijn aan veel testosteron hebben minder kans op de voorgenoemde symptomen, dan vrouwen die aan minder testosteron zijn blootgesteld. Dit nieuwe inzicht bied veel kansen op gebied van preventie. Als we weten wat de oorzaak is voor het ontwikkelen van een eetstoornis, wordt het in de toekomst misschien ook mogelijk de kans op een eetstoornis te verkleinen, of zelfs te voorkomen. Natuurlijk moet er nog veel meer onderzoek gedaan worden voor hier echt mee geexperimenteerd kan worden. Bron: MSNbc |