Tuesday 07 February 2012
Hoofdmenu
Home
Over AGirl
Updates
Contact
Links
Zoeken
Over Anorexia
Wat is anorexia
Diagnose
Body Mass Index
De cijfers
Heb ik anorexia?
Oorzaken anorexia
Behandeling anorexia
Geschiedenis
Anorexia bij anderen
Hulp
Mythen over anorexia
Anorexia bij mannen
Pro Ana
Anorexia Actueel
Anorexia nieuws
Anorexia in de media
Celebs met anorexia
Jouw verhaal
Teksten en gedichten
Werkstuk anorexia
Steun op afstand
Overige Informatie
Boulimia nervosa
Binge eating disorder
Obesitas
Orthorexia nervosa
Automutilatie
Honger
 
Home arrow Honger
 
 
Honger

Eetstoornissen gaan onvermijdelijk over eten. Niet dat dit perse de kern is van de stoornis. Vaak uit het zich in eten, maar is het een psychisch probleem. Desondanks is het handig om te weten wat er precies gebeurd als we eten. Maar waarom eten we? En waarom stoppen we met eten? Hieronder zal worden uitgelegd wat honger precies is en welke processen daarbij een rol spelen.

Energie
Eten heeft twee functies, het dient als brandstof en als bouwstof voor ons lichaam. De brandstof, ofwel energie, komt in drie verschillende vormen ons lichaam binnen. Als vetten, glucose en aminozuren.
Wanneer we eten krijgen we binnen een korte tijd veel voedingsstoffen binnen. De energie die daarin opgeslagen zit gebruiken we niet direct, maar wordt voor een deel opgeslagen in ons lichaam. Vetten beslaan het grootste deel daarvan, ongeveer 85 procent. Daarnaast wordt 14,5 procent van de energie opgeslagen als proteïnen en maar 0,5 procent als glycogeen. Dat vetten het grootste deel van onze energievoorraad beslaan is niet voor niets, één gram vet bevat meer dan twee keer zoveel energie als één gram glycogeen. Wanneer onze energie alleen in glycogeen opgeslagen is, zouden we meer dan 270 kilo wegen.

Het meeste van ons voedsel wat in de bloedbaan terecht komt bestaat uit glucose. Tijdens het eten stijgt deze voorraad glucose in het bloed enorm. Ons menselijk lichaam is er op gebouwd altijd een bepaald evenwicht, zogenaamde homeostase, in stand te houden. Als het glucose niveau ineens stijgt, wil het lichaam dit dan ook zo snel mogelijk verwerken zodat het niveau weer normaal wordt. De twee hormonen die hier een grote rol in spelen zijn insuline en glucagon. 
Insuline wordt geproduceerd in de alvleesklier, en zorgt ervoor dat glucose vanuit het bloed de lichaamscellen in kan. Dat kunnen spieren zijn die op dat moment energie nodig hebben, maar het kan ook opgeslagen worden in de cellen als glycogeen of vet.
Glucagon doet eigenlijk het tegenovergestelde; het zet glucogeen uit de lichaamscellen om in glucose, wat door de bloedbaan vervoerd kan worden.

Drie fasen
In ons lichaam vind er dus continu verandering plaats; energie wordt opgeslagen, verplaatst of verbruikt. De veranderingen in ons lichaam die het gevolg zijn van eten, kun je onderverdelen in drie fasen.

Cephalische fase
Deze fase komt voor het eten. Het begint vaak met de geur van eten, of de gedachte aan eten. De fase eindigt wanneer het voedsel in de bloedbaan komt. Tijdens deze fase neemt de hoeveelheid insuline langzaam toe. Het lichaam denkt dat er eten aan komt, en dus ook energie in de vorm van vetten, glucose en aminozuren. Om deze zo snel mogelijk te kunnen verwerken bereid het lichaam zich daar vast op voor.

Absorptiefase
Dit is de periode waarin de energie van het eten wordt geabsorbeerd in de bloedbaan, waardoor het lichaam direct energie krijgt die het nodig heeft. Dit gebeurd door de grote hoeveelheid glucose die zich op dat moment in het lichaam bevind.

Vast fase
Dit beslaat de periode waarin de nog niet opgeslagen energie van de vorige maaltijd gebruikt is, en de opgeslagen energie raadpleegt om het aan de energiebehoeften van het lichaam te voldoen. Glucagon zorgt er dan voor dat die energie vrijkomt, zodat deze gebruikt kan worden. Deze fase eindigt als de nieuwe cephalische fase begint.

Honger en verzadiging
Interessant, die fasen, maar dat zegt niets over wanneer we nou precies honger hebben of wanneer we verzadigd zijn. Verschillende organen in ons lichaam spelen een rol bij het hebben van honger of juist bij het gevoel ‘ik zit vol’.

Mond
Alles wat we eten, komt door onze mond het lichaam binnen. Veel mensen hebben de behoefte om te kauwen, er is sprake van een aangeboren kauwneiging. Wanneer er geen eten voor handen is, zijn we zelfs bereid een stukje onverteerbare kauwgom in onze mond te stoppen. Kauwen zorgt bij mensen blijkbaar voor een plezierig gevoel, waardoor mensen gaan eten.

Maag
Na ons eten goed gekauwd te hebben, komt het terecht in onze maag. In veel gevallen stoppen we met eten wanneer de maag vol zit. Maar hoe weet ons lichaam dan wanneer de maag vol zit?
Er zijn twee zenuwbanen die informatie over de maag doorgeven aan de hersenen. De eerste, de vagus nerve, geeft informatie over de uitrekking van de maagwand. Als de hoeveelheid voedsel in de maag zo groot is dat de maagwand erg uitzet, wordt er een seintje gegeven aan de hersenen dat je moet stoppen met eten. Dit is de voornaamste basis van een gevoel van verzadiging.
De tweede zenuwbaan is de splanchnic nerve. Deze geeft informatie over de voedingsstoffen die zich in de maag bevinden. Hoe meer voedingsstoffen, hoe eerder je vol zit.

Twaalfvingerige darm
De twaalfvingerige darm, ook wel duodenum, is het eerste deel van je darmen waarin het eten terechtkomt vanuit de maag. In de twaalfvingerige darm worden veel voedingsstoffen uit het eten ontrokken. Wanneer de twaalfvingerige darm erg uitzet door de hoeveelheid voedsel, wordt er opnieuw een seintje naar je hersenen gestuurd om te zeggen dat je moet stoppen met eten. Ook dan voel je je verzadigd.
Aan de twaalfvingerige darm is nog iets speciaals; het geeft veel eerder aan dat je vol bij een grote hoeveelheid suikers (glucose) in het voedsel dan vetten. Dit betekend dat je veel meer vetten kunt eten voor het lichaam aangeeft genoeg te hebben en dat je veel minder op kan van voedsel waarin veel glucose zit.

Lever
Een ander orgaan, wat geen deel uitmaakt van het spijsverteringskanaal maar wel een grote rol speelt bij honger en verzadiging, is de lever. De lever is erg gevoelig voor de hoeveelheid glucose in het bloed. Als het glucose niveau in het bloed erg hoog is, geeft de lever door aan de hersenen dat er sprake is van verzadiging.

Hersenen
Het hormoon insuline werkt als verzadigingshormoon wanneer het de hersenen bereikt. Bij een hoge hoeveelheid insuline in je bloed, wat het geval is tijdens en na een maaltijd, heb je eerder het gevoel vol te zitten.
Daarnaast vangen je hersenen boodschappen op uit de andere voorgenoemde organen en zorgen ervoor dat jij bewust bent van het feit dat je honger hebt of juist vol zit.
Vetcellen
Bij alle zoogdieren, en dus ook bij mensen, produceren de vetcellen in het lichaam een peptide leptin. Leptin circuleert in het bloed, waardoor jouw lichaam weet over hoeveel vet het beschikt. Dit is erg belangrijk omdat de grootste energie voorraad van ons lichaam opgeslagen zit in vet. Om in leven te blijven hebben we energie nodig, en dus moet ons lichaam beschikken over een toereikende hoeveelheid vet.
Een specifiek gebied in de hersenen, de hypothalamus  is gevoelig voor de hoeveelheid leptin in ons bloed. De hoeveelheid leptin vertelt ons dan hoeveel we moeten eten om onze vetvoorraad voldoende aan te vullen, of dat we juist minder moeten eten omdat we over meer dan genoeg vet beschikken. Bij weinig leptin neemt de grootte van een maaltijd toe.

Psychologische factoren
Naast organen, hormonen en andere lichaamseigen boodschappers zijn er nog andere factoren die bepalen wanneer we vol zitten, hoeveel we eten en wanneer we eten.

Factoren die bepalen wat we eten
Veel mensen hebben een voorkeur voor zoet, vet of zout eten. In de natuur staan deze smaken voor voedsel dat rijk is aan voedingsstoffen. Bitter is een smaak waar veel mensen een afkeer voor hebben. Dit is te verklaren omdat bitter in de natuur vaak samengaat met giftig.
Een deel van onze voedselvoorkeur is cultuurafhankelijk. Wij lusten aardappels en brood, maar mensen in Azië moeten er niet aan denken hiervan te moeten leven, die houden het liever bij rijst.

Factoren die bepalen wanneer we eten
Voordat eten het lichaam bereikt, bereid het lichaam zich hier al op voor. Het bereikt de cephalishce fase, de hoeveelheid insuline in het bloed neemt toe. Ook de maag bereid zich voor op het eten wat gaat komen. Dit zorgt ervoor dat je trek krijgt.
Honger rond etenstijd wordt dus voornamelijk veroorzaakt door de verwachting van eten en niet door energietekort.

Factoren die bepalen hoeveel we eten
Zoogdieren eten over het algemeen liever vaker een kleine maaltijd, dan in één keer een grote maaltijd. Alleen in een tijd van schaarste wijken dieren hiervan af. Bij mensen is er normaal gesproken geen sprake van schaarste.
Het eten van een voorgerecht kan er voor zorgen dat we meer honger krijgen. Door de kleine hoeveelheid eten van een voorgerecht komt het lichaam in de cephalische fase. Dit effect wordt ook wel het appetizer effect genoemd. Restaurants maken hier dankbaar gebruik van; ze bieden vaak een klein en licht verteerbaar voorgerecht aan waardoor hun gasten alleen maar meer honger krijgen, en zij dus meer verdienen.
De aanwezigheid van andere mensen heeft ook invloed op hoeveel we eten. Wanneer we ons in gezelschap bevinden eten we vaak minder.
Daarnaast speelt ook het aantal smaken in het eten een rol in hoeveel we eten. Wanneer je verzadigd bent van het voedsel van de ene soort, kan je vaak nog wel eten van een ander soort voedsel. Waarom je nog wel je toetje op kunt, maar absoluut geen rijst meer kunt zien!
Van caloriearm voedsel eten we vaak meer dan van voedsel waarin veel calorieën zitten.