|
Vrouw van (23) laat zien dat niet alleen meisjes van 16 een eetstoornis krijgen Hieronder lees je over de strijdt tegen anorexia van een vrouw van 23 jaar. Ze beschrijft hoe haar angsten haar leven bepaalden en hoe ze zich toch door alle ellende heen heeft gesleept. 'Uren soms wel een hele dag kon ik google afspeuren op termen als pro ana, thinspiration. Zo kwam ik op de pro ana sites terecht. Gewoon voor tips om af te vallen, om van m’n honger af te komen, om te weten wat de maten en gewichten van celebs zijn. Want wat zij konden wilde ik ook. Dun zijn zo dun mogelijk, want hoe dunner hoe beter dacht ik. En op die sites vond ik meisje die hetzelfde wilden. Dat al die meisjes iets gemeen hadden, namelijk een eetstoornis, dat het feit dat ik zoveel in hun herkende wel eens zou kunnen betekenen dat ik zelf ook niet helemaal gezond was, dat negeerde ik gewoon. Alle mode glossies las ik en dan eigenlijk alleen de dingen die over lijnen gingen en ik bekeek alle modereportages. Dan keek ik hoe de botten van de modellen te zien waren en dat vergeleek ik met mezelf, te vet was altijd de conclusie. En nee eetgestoord, nee dat was ik echt niet, natuurlijk niet. Ik was immers 22, volwassen, gelukkig, woonde samen, had een leuke relatie, was het slimste meisje van de klas, weet alles van gezond leven. Tja dat ik wat veel sportte, ja dat was zo en dat ik veel met voedsel bezig was en met lijnen, ja, maar dat doet iedereen toch? Ik was gelukkig, had het goed voor mekaar. Daar had ik mijn omgeving en mezelf van overtuigd, de werkelijkheid was heel anders, mijn gevoel zei iets heel anders, maar ik voelde dat al niet meer, drukte dat weg. Ik had mijn regels en die bepaalde wat ik wel niet mocht voelen en hoe ik mijn leven moest lijden. Ze gaven me houvast, controle, die regels dat was mijn zekerheid, mijn identiteit. Alleen zo werkt het leven niet, je komt op een punt dat je het toneelspel niet meer volhoud. Het gekke is dat ik er op dat moment zo van overtuigd was dat mijn toneelspel de werkelijkheid was, ik kon helemaal niet meer voelen en luisteren naar m’n lichaam, alles ging via een voorgeprogrammeerd programma. Ondertussen hield ik precies elke kcl die erin ging en elke kcl die ik verbrande bij op een afvalsite. Waarop ik ook weer meisjes vond met dezelfde doelen als ik en ook deze meisjes hadden allemaal een eetstoornis, iets wat pas later tot me doordrong. Sporten was een must een verslaving, dat was allang niet meer voor de fun. Ik moest die 10- 12 uur maken, om er te mogen zijn van mezelf. En ik wilde kilo’s eraf, ik haatte m’n lichaam, mezelf eigenlijk. Zomaar eten dat mocht niet, ik vond dat ik dat voedsel niet zomaar verdiende. M’n voedsel inname werd steeds eenzijdiger. Van het vele sporten en weinige eten kreeg ik vreetbuien die dan weer met veel sporten gecompenseerd werden. Overgeven lukte toen nog niet. Ik voelde me slecht, vies en walgelijk wanneer ik iets had gegeten wat niet op mijn schone lijst van voedsel stond. Dan haatte ik mezelf echt. Dat onderscheid tussen goed en slecht voedsel is er met de jaren ingeslopen. De hele eetstoornis is er langzaam ingekropen; ongemerkt schoven mijn grenzen steeds wat op totdat ze echt ongezond werden, maar dat viel me in eerste instantie niet op.'
'In het laatste half jaar van m’n opleiding begon ik slecht te slapen, ik sportte veel en lijnde daar streng bij, dat putte me al snel zo uit dat ik op een nacht hartkloppingen kreeg. Daar schrok ik enorm van, de huisarts zei meer eten en minder sporten.' Heel eventjes ben ik toen ook minder gaan sporten, maar lang hield ik dat niet vol. Ik wilde afvallen, maar op een gegeven moment lukte dat niet goed genoeg, dat maakte me gek. Ik vulde precies in wat ik at en bewoog, volgens mijn tabelletjes zou ik moeten afvallen. Toen besloot ik naar een diëtiste te gaan. Ik googlde en zocht iemand die ook iets met eetstoornissen kon. Niet dat ik die had, natuurlijk niet. Ik vond het doodeng om naar haar toe te gaan, want wat ik at, hoeveel ik woog, dat was mijn grote geheim en dat grootte geheim had ik nu voor het eerst aan iemand verteld. Ik was zo zenuwachtig ze zou me wel een veelvraat en dik vinden dacht ik. Ik denk dat zij bij de eerste afspraak al wist dat het fout zat bij mij. Ten eerste had ik maanden lang een nauwkeurig bijgehouden eet en beweeg dagboek ingeleverd, ten tweede had ik helemaal geen overgewicht. Zelf vond ik toen ook wel dat ik er wat obsessief mee bezig was, maar ik dacht als ik m’n doel heb bereikt gaat dat wel over.' 'Mijn diëtiste was degene die mijn zeepbel kapot maakte. Ik merkte dat ik haar advies helemaal niet op kon volgen, ik ging juist minder eten en nog meer bewegen. Daar schrok ik wel van. Zij begon me ook dingen te vragen over wat ik voelde en ze spiegelde me. Al snel praatte ik met haar niet over eten maar over of ik wel gelukkig was. Ze prikte zo door me heen en had beter dan ikzelf in gaten wie ik werkelijk was achter die laag regeltje. In de tweede afspraak stelde ze voor dat ik mijn gedachtes op zou schrijven, dat deed ik, en ik schrok me rot. Ik schreef zonder na te denken en daardoor kwam eruit wat er werkelijk in mij gebeurde. Ik haatte voedsel in mij, ik haatte mezelf, ik was helemaal niet gelukkig niet met mezelf met wat ik was geworden. Ook niet in m’n relatie, zelfs diep ongelukkig, en verdoofde mezelf met weinig eten, koffie, ibuprofen en sporten. Ik wilde niet voelen, want dat gevoel kon ik helemaal niet aan. Het enige wat ik nog echt wilde was afvallen, dun zijn, het aller dunst, dat gaf me een kick. In derde afspraak met de diëtiste vertelde ze me het. Ik had m’n gedachtes opgestuurd, was compleet in de war, hoopte ergens nog dat het wel mee viel, al wist ik ergens ook wel dat er iets niet goed zat, maar het was voor mij pas officieel als ze het gezegd had. Toen ik tegenover haar ging zitten aan haar bureau en ze me aankeek wist ik al wat ze ging zeggen. Ik had een eetstoornis en een depressie en daar zou ik toch echt over moeten praten. Dat vond ik verschrikkelijk. Ik schaamde me enorm dat ik terwijl ik 22 was een eetstoornis had, dit niet had gezien, ondanks dat er dat afgelopen jaar behoorlijk wat opmerkingen gemaakt waren over mijn eet en beweeg gedrag. Ik voelde me zo verschrikkelijk verrot, het slechte slapen en vele sporten, lijnen, plus vele studeren en het voldoen aan alle regeltjes die ik mezelf had opgelegd had me uitgeput. Slechter dan dit kon het niet worden dacht ik, dus ik besloot dat ik twee keuzes had nu doodgaan of al m’n problemen onder ogen zien, er wat aan doen, kijken wat dat me zou opleveren. Ik koos voor het laatste, als het resultaat negatiever was dan hoe klote ik me op dat moment voelde kon ik altijd nog doodgaan. Ik gaf mezelf een jaar om alles weer op orde te krijgen. Ik wilde weer leren voelen, m’n gevoel uiten, weer zijn wie ik onder die regeltjes was. Alleen had ik geen idee wat er voor leuks in mij zat, op dat moment kon ik werkelijk niets positiefs in mezelf vinden. Ik haatte wat ik was, zowel van binnen als van buiten. Het schrijven deed me goed en daar ben ik mee doorgegaan, het was een spiegel, het confronteerde me met hoe het werkelijk bij mij van binnen zat, en het was een uitlaat klep. Nou wilde ik wel van m’n eetstoornis af, alleen wilde ik niet dat iemand zich met mijn voedsel ging bemoeien. Ik wist dat ik er niet zo snel mee kon stoppen. Ik verhoogde zelfs mijn tandarts verzekering voor het geval ik ging overgeven, wat ook gebeurde. Ik wilde eerst dunner worden dan had ik tenminste iets waar ik tevreden over kon zijn. Mijn voedsel inname beperkte ik, en ik zorgde voor genoeg beweging. Sporten lukte inmiddels niet meer, maar wandelen wel, dus dat deed ik minimaal 2 uur per dag, maar vaak meer, soms wel 6 uur. Ik zocht alles om maar te verbranden, dingen naar de keuken brengen, naar boven om iets te pakken, wassen, schoonmaken. Ik was ervan overtuigd dat ik eerst een deel van m’n achterliggende problemen op moest lossen voor het zin had om gezond te gaan eten, dat de wil en moed om dat te gaan doen dan vanzelf wel een keer zou komen. Ik stopte met de afspraken bij m’n diëtiste en ging op zoek naar een psycholoog die me verder kon helpen. Mijn omgeving vertelde ik wel wat er met me aan de hand was, op aanraden van m’n diëtiste. Dat is een van de beste dingen die ik heb kunnen doen. Het was doodeng, maar ik had niets te verliezen. Ik hield mezelf voor dat als het resultaat negatief was ik dood mocht gaan. Dat vond ik een fijn vooruitzicht en het hielp me te durven praten. Iedereen in mijn omgeving steunde me en had begrip, dat deed me goed. Ik had dat namelijk nooit verwacht dat de mensen om me heen konden houden van het monstertje dat ik vond dat ik was. Mijn relatie maakte ik uit en ik ging bij m’n ouders wonen. Met hun maakte ik de afspraak dat ze me zouden laten diëten tot ik onder de 50 kilo zou komen. Ik leefde echt in een roes, vond dat heel normaal om af te spreken stond er totaal niet bij stil dat het voor hen verschrikkelijk moet zijn geweest om te zien wat ik mezelf aandeed. Ondertussen begon ik met laxeertabletten en overgeven. Eerder laxeerde ik met voeding, ik at enorm veel kauwgom, sambal en koffie. Een pakje kauwgom per dag, 10 koppen koffie, het was voor mij heel normaal. Ook dronk ik heel rustig 6 liter thee en water op een dag naast alle koffie, omdat ik dacht dat het zou helpen bij het afvallen. Dat overgeven leerde ik via een pro-ana site. Ik bezocht die sites veel het voelde vertrouwd, omdat de meisjes op die site dezelfde zorgen wat betreft hun voedsel en beweging hadden, ik voelde me normaal als ik hun verhalen las, ik begreep die wereld heel goed en dat voelde prettig. Het was gewoon een geruststelling dat er veel meer mensen waren die deden wat ik deed. En de thinspiration stimuleerde de drang om af te vallen en hielp om door te gaan met weinig eten en m’n honger te negeren. Na een tijdje voelde ik de honger niet eens echt meer.' 'Op internet vond ik een psychologe die me aansprak en daar ging ik wekelijks 1 ½ uur heen. Ze wilde me wel behandelen mits ik niet verder afviel. Ik ging daar mee akkoord al wist ik dat ik wel ging afvallen. Ik praatte bij haar over van alles behalve de eetstoornis. Van binnen begonnen er dingen te veranderen, ik kreeg gevoel, kon eindelijk weer huilen, en begon goed af te vallen. Zelf vond ik dat overgeven en laxeren wel wat ver gaan, bovendien deed het pijn. Daar ben ik uit mezelf mee gestopt. De weegschaal en de centimeter vertelden me dat ik afviel, maar in de spiegel zag ik alleen maar vet. Ik dacht ook echt dat mijn psychologe het niet in de gaten had omdat ze er niks van zei. Ik sprak een paar keer per week nog vriendinnen en het begon me wel op te vallen dat ze met een vreemde blik in hun ogen naar me kelen. Ik kon die blik niet plaatsen. Totdat m’n jongste broer tegen me zei: ‘als jij nog 1 kilo afvalt kun je je wel laten opnemen zo mager ben je.” Ik schrok daar van. Toen besloot ik dat ik dan maar weer normaal moest gaan eten. Ik had geen idee meer wat normaal eten inhield. Ik maakte een afspraak met de diëtiste waar ik eerder was geweest en een afspraak met de huisarts om bloed te laten prikken voor de week erna. Nog een week mocht ik genieten van mijn verslavende gedrag. In die week kwam ik er pas achter hoe diep de eetstoornis in mij zat. Niet alleen wat ik at lag vast in regels ook hoe en van welke bordjes ik gebruikte. Ik kon bij mezelf wel redeneren dat het veranderen van bordje mij theoretisch gezien geen extra kcl of andere rampen zou opleveren, dus dat durfde ik te proberen. Dat werd janken, helemaal overstuur was ik. Een zelfde reactie veroorzaakte het weggooien van mijn meetlint, het wegdoen van mijn afval pagina op internet waarop ik alle in en uitgaande kcl bijhield. Het voelde alsof ik afscheid nam van iemand waarvan ik wist dat ik hem nooit meer zou zien.'
'De dag waarop ik dan zou beginnen met normaal eten werd ik ermee geconfronteerd dat zelfs vreemden ‘het’ aan me zagen. Bij het bloedprikken had de verpleegster die dat deed direct door dat ik een eetstoornis had toen ik niet kon opstaan nadat ze geprikt had. Een uur heb ik ervan moeten bijkomen voordat ik weer kon lopen. In vond het heel erg dat het zo zichtbaar was, vooral omdat ik het zelf niet zag. Realiseren dat wat jij in de spiegel ziet niet klopt, dat je de waarheid niet ziet, is heel eng. Doodeng vond ik het om te beginnen met normaal eten, ik ben nog nooit zo bang geweest. Ik wist totaal niet wat ik ervan moest verwachten. En het viel tegen, een hel was het. Het kiezen in de supermarkt. Ik dacht dat het voedsel op me af kwam. Het eten zelf was verschrikkelijk; ik kreeg buikpijn en was kapot. Ik huilde de eerste week elke dag na de avond maaltijd. Mijn moeder kroop dan bij me in bed en troostte me. In het begin koste het eten zoveel energie dat ik er echt een dagtaak aan had. Tussen de maaltijden door was ik zo moe en koud dat ik in bed moest liggen om bij te komen. Ik deed er ook een eeuwigheid over om al het voedsel weg te krijgen. Nog steeds sliep ik slecht en de stress van het weer normaal eten maakte dat ik nog slechter sliep. Ik begon te merken dat m’n zintuigen uit hadden gestaan, omdat deze weer aan gingen, ik merkte dat ik mezelf niet warm hield. Het was heel eng om dat te ervaren. En in plaats van dat ik me beter ging voelen, voelde ik me slechter. Mijn hele lichaam stond letterlijk stijf van de spanning, ik kon me niet meer ontspannen. Ik werd wantrouwig, alles ging langzamer, ik werd enorm traag. Ik kon dingen niet meer die ik altijd had gekund, begreep dingen niet meer die ik normaal wel begreep. Prikkels van buitenaf kon ik niet verwerken. De eerste paar weken zag ik niemand meer, dat kon ik gewoon niet aan. Ik dacht echt dat ik gek werd. Ik wilde in eerste instantie niets weten van medicatie, maar na de zoveelste slechte nacht trok ik het niet meer. Toen ben ik angstremmers gaan gebruiken om te kunnen slapen en iets rustiger te worden. Zo werd het eten wat gemakkelijker en kon ik weer wat meer dingen doen. Ik begon me wat beter te voelen en weer te genieten van muziek en gezelschap. Ik begon met mediteren. Dat gaf me rust, langzaam kwam ik zo uit de kramp. Ondertussen stopte ik de gesprekken met m’n psychologe. Het werd te duur. Ik betaalde het van mijn spaargeld en dat raakte op dus zocht ik naar een alternatief dat vergoed werd. De reguliere psychische zorg wilde ik niet en via m’n zusje kwam ik bij integrale psychiatrie terecht. Hier kreeg ik de tijd die ik nodig had om m’n verhaal te doen en was er de mogelijkheid om een mindfullnesstraining te volgen. Iets waar ik al meer over had gelezen en waar ik al oefening van deed. Alle stress die het wisselen van behandeling met zich mee bracht, was op dat moment te veel en ik ging me nog slechter voelen. Opnieuw ging ik slechter slapen, eten lukte me niet goed meer en zelfs drinken vergat ik gewoon. Ik kreeg minder energie en de dingen waar ik net weer een beetje van kon genieten lukte niet meer. Prikkels verwerken werd weer moeilijker. Ik begon doodgaan serieus te overwegen. In eerste instantie wilde ik beslist geen antidepressiva slikken.' 'Op een gegeven moment was ik op het punt dat ik dacht: en nu moet ik slapen en meer energie of anders hoeft het niet meer. Toen ben ik toch antidepressiva gaan slikken. Dit zorgde ervoor dat ik meer sliep, me beter ging voelen en meer energie kreeg. Dat gaf me de kracht om het eten weer goed op te pakken en de moed dat ik het wel kon. Ik ging consequent drie keer per dag mediteren en praatte elke week bij de integrale psychiatrie. Zo knapte ik zover op dat ik weer in staat was om dingen te doen, weer een normaal gesprek kon voeren, de wereld weer beter begreep. Het was alsof ik weer in de realiteit belande. Ik werd minder bang en stopte met de angstremmers. Ik kon zelfs mee op de skivakantie de ik voor m’n 23 ste verjaardag had gekregen. Die vakantie heeft me enorm goed gedaan, daarna was ik zover opgeknapt dat ik weer op mezelf kon gaan wonen. Ook bereikte ik mijn gezond gewicht. Doordat mijn depressie afnam werd het eten ook makkelijker.' 'Op dit moment gaat het best goed met me. In besef dat ik er nog niet helemaal ben, maar ik heb er wel vertrouwen in dat de eetstoornis uit me zal verdwijnen. Toch blijven de eetgestoorde gedachtes een probleem. Ik blijf bang om te dik te worden, een kilo meer op de weegschaal en m’n spiegelbeeld zegt dik. Ik weet dat het gewicht dat ik nu heb gezond is en dat het niet dik is en dat een kilo meer niet zichtbaar is, dat ik me daar niet druk over zou moeten maken, maar het blijft moeilijk. Inmiddels ga ik niet meer naar m’n diëtiste. Echt zelf eten doe ik nog niet, ik eet volgens haar gezonde regels. Dat heb ik nu nog nodig om niet weer terug te vallen in m’n oude gedrag. Er zijn dagen dat het heel goed gaat en dat ik zelfs buiten de regels eet, maar vaak word ik de dag erna toch bang te zijn aangekomen en compenseer ik het. Of ik word al bang vlak nadat ik iets extra’s heb gegeten, dan wil ik het eruit hebben en geef ik over. Ik volg nu naast gesprekstherapie de mindfullness aandachtstraining waarin ik met behulp van meditatie en yoga oefeningen leer om te gaan met en bewust te worden van gedachtes,gevoelens en gedrag. Langzaam kom ik steeds dichter bij mezelf, ga ik mezelf steeds meer accepteren, mag ik steeds meer zijn wie ik ben, leer ik gevoelens en lichaamsignalen te herkennen en erop te reageren, word ik me bewust van mijn keuze vrijheid en kom los van mijn gevangenis aan regels. Dat is een enorme bevrijding.'
|